Emergentie
Waarom de delen niet altijd verklaren wat het geheel doet, en waarom dat geen bezwaar hoeft te zijn.
More is different. Onder die titel publiceerde de fysicus Philip Anderson in 1972 een essay dat nog altijd een belangrijk referentiepunt is in het denken over complexiteit. Een geheel kan meer zijn dan de som van zijn delen, en dat meer is naar onze indruk vaak precies wat we willen begrijpen.
Emergentie is het verschijnsel dat er op een hoger beschrijvingsniveau eigenschappen opduiken die op de lagere niveaus niet aanwezig zijn. Het magnetisme van een stuk ijzer bestaat niet in een enkel atoom, een file is geen eigenschap van één auto en bewustzijn geen eigenschap van één neuron. Toch ontstaan ze op betrouwbare wijze uit de interactie tussen die delen.
Zwakke en sterke emergentie
Filosofen onderscheiden doorgaans twee soorten. Zwakke emergentie is de "onschuldige" variant: het hogere niveau is een nuttige beschrijving, maar in principe te herleiden tot het lagere. Een file is uiteindelijk een verzameling auto's met een snelheid en een positie. Dat we de file als een ding beschrijven, is een handige afkorting en geen ontologische claim.
Sterke emergentie gaat verder: het hogere niveau heeft een eigen causale kracht die niet volledig tot de delen te herleiden is. Een roofdier reageert op de zwerm en niet op de afzonderlijke vogels, zodat de zwerm als geheel invloed heeft op het gedrag van de vogels. Dit heet downward causation: het geheel beïnvloedt zijn delen. Of zulke voorbeelden werkelijk onder sterke emergentie vallen, is onder filosofen een punt van discussie. Voor de psychologie is het idee in elk geval minder esoterisch dan het klinkt. Je kunt een depressie opvatten als meer dan de som van haar symptomen, omdat ze op haar beurt mede bepaalt welke symptomen elkaar versterken.
"Wetenschap is mogelijk op vele verschillende beschrijvingsniveaus zonder dat we de lagere niveaus volledig hoeven te begrijpen." (Van der Maas (2024), naar Fodor (1974))
Waarom dit ertoe doet voor de GGZ
Veel klinisch denken volgt impliciet een reductionistische logica. We zoeken de "echte" oorzaak van klachten op een lager niveau: een onbalans in neurotransmitters, een genetische aanleg, een afwijking in de hersenen. Soms levert dat iets op. Maar bij depressie, angst, persoonlijkheidsproblematiek en eetstoornissen vinden we op dat lagere niveau vaak geen eenduidige oorzaak die de klacht volledig verklaart.
Vanuit het perspectief van emergentie hoeft dat geen bezwaar te zijn. Veel psychopathologie laat zich opvatten als een emergente eigenschap, die ontstaat uit de interactie tussen biologie, cognitie, gedrag, context en relaties. De depressie "bestaat" dan op een beschrijvingsniveau dat reëel is, ook al is er geen enkelvoudige biologische marker, op dezelfde manier als een file reëel is zonder dat er in een afzonderlijke auto een "file-deeltje" te vinden is.
Dat heeft gevolgen voor diagnostiek en behandeling. We hoeven niet eerst het "echte" niveau van de klacht te vinden om er iets aan te kunnen doen. Interventies op een hoger niveau (gedrag, sociale context, betekenisgeving) zijn dan geen surrogaat voor de "echte" behandeling, maar interventies op een niveau waarop het probleem zich ook werkelijk vormt.
Een geruststelling én een uitdaging
Emergentie kan worden gezien als een argument voor de psychologie als zelfstandige wetenschap. We hoeven niet te wachten tot de neurowetenschap "klaar" is om over depressie of angst na te denken. Tegelijk vraagt het denken vanuit emergentie meer van ons: we zullen moeten leren werken met verschillende niveaus tegelijk, en moeten inschatten welk niveau bij welk probleem de meeste opheldering biedt.
Complexiteitswetenschap staat daarom niet tegenover biologie of neurowetenschap. Ze is eerder een aanvulling: een manier om recht te doen aan het gegeven dat psychische problemen, net als files, zwermen en bewustzijn, vaak op meerdere niveaus tegelijk bestaan en ook op meerdere niveaus te benaderen zijn.