№ 05

Attractoren

De toestanden waar een systeem steeds weer naartoe beweegt, of dat nu helpend is of niet.

Een attractor is een toestand waar een complex systeem steeds weer naartoe trekt. Zoals een knikker in een schaaltje steeds naar het laagste punt rolt, zo bewegen dynamische systemen naar bepaalde patronen, ook als ze vanuit verschillende beginsituaties vertrekken.

Attractoren zijn een van de centrale begrippen uit de dynamische systeemtheorie. Ze beschrijven het stabiele gedrag van een systeem: de patronen die niet zomaar verdwijnen, ook niet wanneer het systeem wordt geprikkeld of verstoord.

Drie soorten attractoren

Vaste-punt-attractoren zijn de eenvoudigste. Het systeem komt tot rust in één bepaalde toestand, zoals een slinger die uitschommelt, een knikker in een kom of een hartslag die na inspanning terugkeert naar de rustpols.

Limit cycles of periodieke attractoren zijn cyclische patronen: het kloppen van het hart, het slaap-waakritme, een seizoensgebonden depressie die elke winter terugkomt. Het systeem komt hier niet tot rust in één punt, maar in een zich herhalende beweging.

Strange attractors of chaotische attractoren zijn misschien wel de intrigerendste. Het systeem blijft binnen een bepaald gebied van zijn toestandsruimte, maar volgt nooit twee keer precies dezelfde route. Denk aan een vlinder die telkens een andere vlucht maakt, maar wel in dezelfde tuin blijft. De Lorenz-attractor, die op de homepage van dit platform zijn banen trekt, is het bekendste voorbeeld.

Gezonde en ongezonde attractoren

Voor de GGZ is het begrip attractor goed bruikbaar, omdat veel klachten zich gedragen alsof ze zelf attractoren zijn geworden. Een depressie die niet wijkt, een verslaving die telkens terugkeert, een angstpatroon dat steeds meer van het leven inneemt: het zijn toestanden waar het systeem steeds opnieuw naartoe beweegt, ook wanneer de omstandigheden verbeteren. Het is alsof het schaaltje zo diep is geworden dat de knikker er niet meer uit komt.

"Sommige attractoren zijn gezond, andere vormen juist het probleem. Therapie hoeft het systeem niet altijd naar een nieuwe plek te brengen; soms gaat het erom de oude attractor minder diep te maken."

Wat dat betekent voor behandeling

Deze manier van denken werpt een ander licht op interventies. Sommige interventies werken op het moment: ze geven de patiënt een betere dag of een betere week, maar zodra de prikkel wegvalt, keert het systeem terug naar zijn attractor. Andere werken op de structuur: ze maken de bestaande attractor minder diep, of helpen een andere toestand ontstaan die eveneens aantrekkingskracht krijgt.

Bij depressie kunnen antidepressiva de symptomen verzachten en kan een vakantie opluchting geven. Zolang de onderliggende attractor blijft bestaan, is terugval echter goed mogelijk. Wat we therapeutisch proberen, zoals gedragsactivatie, betekenisgeving, herstel van sociale contacten en soms medicatie, lijkt het meest op te leveren wanneer het het landschap verandert waarin de patiënt leeft, en niet alleen haar tijdelijke plek daarin.

Voor een behandelaar zijn er dan twee vragen: welke attractor is hier werkzaam? en wat zou het landschap kunnen veranderen? Soms is het eerlijke antwoord op de tweede vraag: op dit moment weinig. Soms ontstaat er een kantelpunt, een moment waarop een kleine interventie de attractor wel kan losweken. Zulke momenten leren herkennen is naar ons idee een van de waardevolle opbrengsten van complexiteitsbewust werken.