№ 15

Synergetiek

De wetenschap van zelforganisatie: hoe uit het samenspel van vele delen een nieuwe orde ontstaat.

De synergetiek is volgens haar grondlegger de tot nu toe meest uitgewerkte vakoverstijgende theorie van zelforganisatie. Ze bestudeert hoe uit de wisselwerking tussen vele kleine delen op microniveau een geordend patroon op macroniveau kan ontstaan, soms vrij plotseling, en hoe zo'n patroon vervolgens in een ander kan overgaan. Het woord komt van het Griekse synergein, samenwerken: de orde wordt niet van buitenaf opgelegd, maar is het resultaat van wat de delen samen doen.

Het vakgebied werd in de jaren zeventig gegrondvest door de Duitse fysicus Hermann Haken, aanvankelijk vanuit zijn werk aan de laser. In een gewone lichtbron zenden de atomen hun lichtgolven ongecoördineerd uit, elk in een eigen ritme. Wordt er voldoende energie toegevoerd, dan gaan ze vrij abrupt in de pas lopen, en uit die collectieve samenhang ontstaat de gebundelde laserstraal. Niemand dirigeert dat; het gebeurt door de onderlinge koppeling van de atomen zodra een drempel wordt overschreden. Haken zag in dit verschijnsel een algemeen principe, dat hij vervolgens terugvond in de natuurkunde, de scheikunde, de biologie en uiteindelijk ook de psychologie.

Ordeparameters en kringcausaliteit

Centraal in de synergetiek staat het begrip ordeparameter: een grootheid die het gedrag van het geheel beschrijft en die op haar beurt het gedrag van de afzonderlijke delen gaat sturen, wat Haken enslaving noemde. Tussen microniveau en macroniveau bestaat zo een kringcausaliteit: de delen brengen de orde voort, en de orde beperkt en ordent vervolgens de delen. Deze wederkerigheid maakt begrijpelijk hoe een systeem zichzelf kan sturen zonder dat er een stuurman aan te pas komt.

Zo bezien kan een complex systeem niet zomaar elke toestand aannemen. Het wordt door zijn ordeparameters naar een beperkt aantal samenhangende patronen geleid. Wanneer de omstandigheden veranderen, kan het systeem van het ene patroon naar het andere overgaan: een ordeovergang, voorafgegaan door een fase van kritische instabiliteit waarin de oude orde haar greep verliest en de nieuwe nog niet vaststaat.

Synergetiek in de psychotherapie

Voor de psychologie en de psychotherapie is deze traditie systematisch uitgewerkt door Günter Schiepek. De gedachte is dat een therapeutisch proces zich laat begrijpen als een zelforganiserend systeem. De ordeparameter is dan geen afzonderlijke variabele maar een patroon: een samenspel van klachten, betekenissen, relaties en gedrag dat als geheel een richting heeft. Net als bij de laser kan zo'n systeem zich vrij plotseling herordenen, waarbij een nieuwe ordeparameter ontstaat en daarmee een nieuwe manier van functioneren.

Wat dit betekent voor het handelen van de behandelaar, werken we elders in dit lexicon verder uit, bij zelforganisatie en bij de generieke principes die Schiepek daaruit afleidt. Hier volstaat de kern: de synergetiek verschuift de aandacht van het rechtstreeks sturen van de uitkomst naar het scheppen van voorwaarden waaronder een systeem zich opnieuw kan ordenen.

Voorzichtig geformuleerd levert de synergetiek de begrippen waarmee veel andere termen in dit lexicon, zoals emergentie, ordeparameter, controleparameter, kritische instabiliteit en faseovergang, in één samenhangend kader samenkomen. Je zou haar de grammatica achter de woordenschat kunnen noemen.