№ 07

Feedback (terugkoppeling)

Het mechanisme dat zowel verslaving als herstel kan aandrijven, en alles wat daartussen ligt.

Feedback, of terugkoppeling, behoort naar ons idee tot de meest universele mechanismen in complexe systemen. Het is wat van een rechte lijn een spiraal kan maken.

Het basisidee is eenvoudig: het resultaat van een proces beïnvloedt het proces zelf. Als de uitkomst het proces versterkt, spreken we van positieve feedback: een sneeuwbal die al rollend groeit, een gerucht dat zich verspreidt, een paniekaanval die zichzelf voedt. Als de uitkomst het proces dempt, spreken we van negatieve feedback: de thermostaat in de woonkamer, de insulineproductie na een maaltijd, de automatische correctie op een fiets die te ver naar links helt.

Positieve feedback is niet positief

De terminologie kan misleiden. Positieve feedback betekent niet "goed", maar "versterkend". Een vicieuze cirkel is positieve feedback: slaapproblemen leiden tot vermoeidheid, vermoeidheid tot piekeren, en piekeren weer tot slaapproblemen. Het systeem versterkt zichzelf en de neerwaartse spiraal zet door. Hetzelfde mechanisme drijft ook opwaartse spiralen aan: zelfvertrouwen leidt tot durf, durf tot nieuwe ervaringen, en ervaringen weer tot zelfvertrouwen. In beide gevallen gaat het om positieve feedback; het mechanisme is hetzelfde, alleen de richting verschilt.

"Vicieuze cirkels en opwaartse spiralen volgen dezelfde wetmatigheid. De vraag is alleen welke kant het systeem op rolt."

Negatieve feedback houdt systemen stabiel. Het is de reden dat we niet vanzelf koortsig blijven, onze ademhaling niet vergeten en niet zomaar van een stoel vallen. Maar negatieve feedback kan een systeem ook gevangen houden: een systeem dat zo sterk wordt "gecorrigeerd" dat het zichzelf nauwelijks nog in beweging kan brengen, kan kiezen of kan veranderen.

Feedback in de spreekkamer

Voor de GGZ heeft feedback op drie manieren betekenis. Klinisch: veel psychopathologie laat zich begrijpen als een feedbacksysteem. Depressie als neerwaartse spiraal van inactiviteit en stemming, angst als positieve feedback tussen vermijding en dreigingsperceptie, eetstoornissen als terugkoppeling tussen lichaam, controle en emotie. Wie een probleem in termen van feedback beschrijft, ziet vaak sneller welke schakels het in stand houden.

Therapeutisch: veel interventies zijn te zien als pogingen om een feedbacklus te doorbreken of om te buigen. Cognitieve herstructurering grijpt in op de terugkoppeling tussen gedachte en gevoel, gedragsactivatie op die tussen inactiviteit en stemming, exposure op die tussen vermijding en angst. Het is waarschijnlijk geen toeval dat zoveel werkzame elementen van psychotherapie zich als feedbackinterventies laten beschrijven.

Methodologisch: feedback maakt psychologische gegevens lastig te interpreteren. Als A en B elkaar wederzijds versterken, wat is dan oorzaak en wat gevolg? In een lineair model is dat nauwelijks op te lossen. In een dynamisch systeemmodel, met tijdreeksen, vectorautoregressie of netwerkanalyse, wordt de vraag wel te beantwoorden: we zien over de tijd welke variabele welke andere voorspelt.

Wat het denken erin doet

Wat bij het denken in feedback telkens opvalt, is hoe vanzelfsprekend het aanvoelt zodra je het ziet. Patiënten herkennen het vaak direct, omdat ze het dagelijks meemaken. Voor behandelaars vraagt het meer moeite: bewust zoeken naar de feedbackstructuren, en interventies ontwerpen die op de lus aangrijpen en niet alleen op het symptoom. Daar richt process-based therapie zich op: van symptoombestrijding naar het herkennen en beïnvloeden van de werkzame feedbackmechanismen.