№ 22

Kritische instabiliteit

Over de onrust die aan een omslag kan voorafgaan, en die eerder een voorbode van verandering kan zijn dan een ontsporing.

Kritische instabiliteit verwijst naar de sterke schommelingen die optreden vlak voordat een systeem van de ene orde naar de andere overgaat. In de taal van de synergetiek zijn het de voorboden van een ordeovergang in zelforganiserende processen.

Wanneer een systeem zich tussen twee patronen bevindt, doordat de oude orde haar greep verliest en de nieuwe nog niet vaststaat, ontstaat een tussentoestand die gekenmerkt wordt door onrust en grote fluctuaties. Toeval en onvoorspelbaarheid spelen dan een grote rol. Er worden twee soorten overgangen onderscheiden: overgangen waarbij uit wanorde orde ontstaat, en overgangen tussen verschillende vormen van dynamische orde. In beide gevallen zijn het juist deze kritische fluctuaties die de overgang aankondigen.

Onrust als mogelijk kantelpunt

Voor de klinische praktijk is dit een belangrijk en hoopgevend inzicht. Een toename van schommelingen, bijvoorbeeld bij een patiënt die wisselvalliger wordt en bij wie stemming en klachten heftiger heen en weer gaan, hoeft geen teken van verslechtering te zijn. Voorzichtig geformuleerd kan het juist een voorbode zijn van een naderende herordening. Schiepek en collega's hebben laten zien dat zulke kritische fluctuaties in therapieverlopen meetbaar zijn en vaak voorafgaan aan een betekenisvolle verandering.

Dit sluit aan bij de vroege waarschuwingssignalen die elders in dit lexicon worden besproken. Van de behandelaar vraagt het een zekere tolerantie voor onrust: niet elke toename van instabiliteit hoeft meteen gedempt te worden. Soms is het verdragen van een fase waarin de uitkomst nog open ligt, juist de voorwaarde waaronder iets nieuws kan ontstaan.