№ 12

Cycli en ritmes

Terugkerende patronen in de tijd, van het slaap-waakritme tot de stemmingscyclus.

Veel processen die zich in ons afspelen, lijken in ritmes te verlopen. Het slaap-waakritme van vierentwintig uur is daarvan waarschijnlijk het bekendste, maar er zijn er meer: ultradiane ritmes van ongeveer anderhalf uur, en week-, maand- en seizoensritmes. Op elk van die tijdschalen lijkt iets terug te keren.

De wetenschap die zich met deze ritmes bezighoudt, heet chronobiologie. Voor de psychiatrie is dit vakgebied al geruime tijd van belang: stemmingsstoornissen volgen vaak een ritme, en een verstoorde slaap-waakcyclus behoort tot de meest robuuste correlaten van depressieve en bipolaire klachten. Pas sinds de opkomst van intensieve longitudinale metingen (ESM, EMA) krijgen we ook de ritmes van het dagelijks functioneren goed in beeld.

Wat we zien als we dagelijks meten

Wanneer we een patiënt vragen om enkele weken lang twee keer per dag een korte vragenlijst in te vullen, komt er niet zelden een verrassende structuur naar voren. Stemming heeft een dagverloop dat per persoon kenmerkend is. Sociale contacten clusteren rond bepaalde dagen. Slaap kent een weekritme dat samenhangt met werk en weekend. Klachten golven niet willekeurig op en neer, maar volgen een eigen dynamiek.

Soms is die dynamiek strak, zoals bij een paniekstoornis die elke dinsdagavond opspeelt of een depressie die in januari verergert. Soms is ze losser, zoals een algemeen patroon van afnemende energie naarmate de week vordert. Maar helemaal afwezig is ze zelden.

Cycli die elkaar aansturen

Veel ritmes in een mens zijn aan elkaar gekoppeld: slaap en stemming, eetritme en stofwisseling, hormoonritme en menstruatie, sociaal ritme en het gevoel van zin. Al die ritmes worden bovendien van buitenaf beïnvloed, door het ritme van werk en school, van het jaar en van het weer.

Dat lijkt psychiatrische klachten in zekere zin ecologisch te maken. Iemand met een kwetsbare stemmingsregulatie is afhankelijk van een heel samenstel van ritmes die haar dragen. Raakt één ritme ontregeld, bijvoorbeeld door een nachtdienst, het einde van een relatie of de wisseling van het seizoen, dan kunnen andere ritmes meegaan.

"De vraag is niet of een patiënt depressief is, maar in welk ritme haar depressie meebeweegt." (vrij naar Wichers et al.)

Implicaties voor behandeling

Wie ritmes serieus neemt, behandelt mogelijk net iets anders. Slaaphygiëne is dan geen sluitstuk, maar een fundament. De sociaal-ritmische therapie van Frank voor de bipolaire stoornis berust op precies deze gedachte: wie ritmes stabiliseert, stabiliseert ook het systeem. Een goede behandeling kan de patiënt helpen zien welke ritmes haar dragen en welke haar uit balans brengen.

Behandelaars die met ESM of EMA werken, krijgen vaak een ander beeld dan een eenmalig interview oplevert. De vraag verschuift dan van "hoe gaat het?" naar "hoe ging het de afgelopen twee weken, op welke momenten en in welke ritmes?"

Een kanttekening

Een ritme zien is eenvoudiger dan het verklaren. Wat eruitziet als een weekpatroon, kan een artefact zijn van de momenten waarop iemand de vragenlijst invult. Wat op een seizoenseffect lijkt, kan samenvallen met andere factoren, zoals drukte in de winter of vakantieperiodes. Om echte ritmes te herkennen is meer nodig dan een grafiek: we moeten weten welke patronen al door de meetopzet zelf verklaard kunnen worden.

De uitnodiging die van dit perspectief uitgaat, blijft niettemin staan: het lijkt ons de moeite waard om een patiënt te zien als iemand die zich door de tijd beweegt, en niet alleen als iemand die in een bepaalde toestand verkeert.